“je moet een vechter zijn”

“je moet een vechter zijn”

Ze zit in haar stoel. Met een lach op haar gezicht en sprankelende ogen wacht ze nieuwsgierig op de vragen van het interview. Maar deze ogen, deze ogen hebben veel gezien. Ze was jong toen het allemaal begon.  Als een jong tienermeisje in 2de wereldoorlog is een heel avontuur, positief of negatief. Dicky Redering van nu 94 jaar heeft een hoop meegemaakt.

 

 

Hoe oud was je toen de oorlog begon en hoe was het om deze leeftijd te hebben in die tijd?

“Ik was 16, en ik vond het jammer want toen kon ik niet meer naar school. Ik kreeg toen wel van mijn vader een sigarenwinkeltje, maar toen er geen tabak meer was, was het hele feest afgelopen. Daarna hielp ik vooral mijn ouders want verder was er niet veel”

 

Wat is je slechtste herinnering van de oorlog en waarom

“De honger, voor de kinderen in de buurt. Kinderen in achterbuurten hadden allemaal honger. En rond 1942/43 pikte ze alle mannen op die of naar Duitsland moesten of ze werden ergens tewerkgesteld om te werken voor de militairen.”

 

 

 

Was er nog een oplossing voor de honger?

“Nee, nee dat was er gewoon niet. Op het laatst kregen we dropping pakjes vanuit vliegtuigen maar die werden door Duitsers weg gehaald en naderhand kreeg je dan een gedeelte daarvan”

 

Wat is het moment uit de oorlog dat je het meest bij is gebleven en waarom dit moment?

“Dat het afgelopen was natuurlijk. Niemand had wat, we hadden geen kleren geen eten helemaal niks. Maar iedereen was blij”

 

Is er nog een bijzonder verhaal(en) uit de oorlog wat je hebt meegemaakt dat je wil vertellen?

Lachend verteld ze “Ja dat is zoveel, dan kan ik wel een heel boek schijven. Ik weet wel dat we voor een klein beetje groenten naar Amsterdam zijn gefietst. Maar wel na 4 uur in de ochtend want dan mocht je weer op straat. En als we die groenten hadden gingen we snel weer terug want je moest natuurlijk weer voor 8 uur in avond binnen zijn. En dan stonden mijn ouders op t randje van de stoep te wachten want ja, na 8 uur pakten ze je gewoon op. “

 

Hoe was het moment dat je erachter kwam dat Nederland bevrijd was en hoe ging dat.

“Mijn vader hoorde het via zijn geheime zendertje die hij had. Hij had hem verstopt ergens onder in de kast. En toen was het 5 mei en toen kwam hij de kamer in gerend en zei hij “we zijn bevrijd” en toen waren we heel gelukkig. Maar mijn vader had bijna 2 jaar met kunst gips gelopen zodat hij niet hoeft te werken maar toen vloog hij zo naar buiten, maar zonder zijn gips. Toen de buren vroegen waar t gips was ging hij snel weer naar binnen. Maar toen de oorlog was afgelopen werd ik ergens heel misselijk van… op een pleintje bij ons in de Amsterdamsestraatweg werden de vrouwen die met moffen waren gegaan kaalgeschoren. Ik vertelde mijn moeder dat ik toch wel even wilde gaan kijken want zij mochten lekker uitgaan terwijl wij binnen moesten blijven voor 5 jaar.” Vertelde ze boos. “En toen zag ik ze met scharen boven hun hoofd, het leken net stekelvarkens, en het bloed stroomde langs hun heen want ze keken niet uit waar ze knipte. Daarna werden ze op een wagen getild en door de stad gereden. Ik ging snel naar huis

 

Hoe is het leven nu vergeleken met toen?

“Dat ik er altijd aan terug denk hoe goed wij het nu hebben vergeleken met toen. Ik begrijp nog niet hoe we die 5 jaar zijn doorgekomen”

 

Vind u het bijzonder dat u leefde in zo’n historisch en belangrijke gebeurtenis?

“Nou… Je gunt het niemand, ik heb er veel van geleerd maar je gunt het echt helemaal niemand. Maar je moet een vechter zijn om hierdoorheen te komen. Maar ondanks alles ben ik erg tevreden met mijn leven.”

 

Wat waren uw hobby’s tijdens de oorlog en zijn deze veranderd vergeleken met nu?

“Nee, het is nog steeds muziek, we hadden een oude piano en mijn buren leerde mij 1 keer in de week gitaar. Dan ging ik daar heen en gingen we met een piano en gitaar samen liedjes zingen.”

 

Wat is een moment dat je heel erg is bij gebleven?

“Ik heb in mijn eentje 4 kinderen grootgebracht, daar ben ik ontzettend trots op. Ik heb een vak geleerd, dat vak was gordijnen naaien op een atelier. Dat heb ik vanaf 1958 tot dat ik 70 werd gedaan. Daar heb ik mijn gezin me kunnen onderhouden. Ik was blij dat ik deze baan had want dan kon ik altijd bij de kinderen zijn.”

 

Na vele hobbels op de weg heeft Dicky Redering toch het geluk in haar leven kunnen vinden. Ze heeft veel meegemaakt, maakt nog steeds veel mee en ze is niet van plan om daar mee te stoppen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *